Spiegel II

Spiegel II

Daar sta je, naast je eigen schilderij
Je kijkt ernaar en voelt je trots en blij
Want tussen al die vormen, al die kleuren
Daar hangt toch mooi jouw eigen kunstwerk bij

Het gaat beginnen! Daar barst door de deuren
De mensenmassa die je werk komt keuren
Hetzij om te bewonderen, hetzij
Om naar een onvolkomenheid te speuren

Je staat erbij, je glimlach is subtiel
Hun scherpe woorden kunnen jou niet treffen
Al voelt het nog zo kwetsbaar, bijna naakt

Dit stukje van jezelf heb jij gemaakt
Zij zullen het waarschijnlijk niet beseffen
Ze kijken in de spiegel van je ziel

Voorgedragen bij de sluiting en prijsuitreiking van Beeldend Veenendaal op 8 april 2017.

Bij het cultuurdebat

Wie zal het onze jonge kinderen leren?
Wat ware schoonheid is en mooi en goed?
Waar leren ze cultuur en kunst waarderen?
Hoe leer je dat je zoiets leren moet?

Cultuur is wat ons allen onderscheidt
En tegelijk weer stevig samenbindt
Een fraaie eenheid in verscheidenheid
Waarin je vrij mag uiten wat je vindt

’t Is tijd om daar je krachten voor te geven
De schone noodzaak lijkt me evident
Want waar cultuur verdwijnt, verkleumt het leven
Verkilt, verstart, versteent tot monument

Daarom verdedig ik met heilig vuur
Een levendig klimaat voor de cultuur

Voorgedragen tijdens het Cultuurdebat op 17 maart 2017.

Lange winter

Kijk naar de kaalgesnoeide wilgenbomen
Met lange kromme vingers trekken zij
In ijzig grijze luchten diepe voren
De lange winter is nog niet voorbij

De aarde draait, de regens blijven stromen
Al bloeien bloemen, zingen vogels blij
En worden er al lammetjes geboren
De lange winter is nog niet voorbij

En met de lente zal de tijd weer komen
Van stemmen en van stemmingmakerij
Die hoop en liefde in de kiem wil smoren
De lange winter is nog niet voorbij

Als angst regeert, wie durft dan nog te dromen?
Of heeft de zelfzucht alles doodgevroren?
De lange winter is nog niet voorbij

Bij het afscheid van Gert Groenleer, gemeentearchivaris

Hier kun je lezen wat er waar is:
De knipsels uit de plaatselijke krant
Notariële akten, band na band
Notulen van een noeste secretaris

Je vindt de werkplek onderin dit pand
Hoewel dat voor de meesten geen bezwaar is
Het werk van een gemeentearchivaris
Heeft ergens wel een slecht belichte kant

Na twintig jaar gaat Gert nu met pensioen
Je kunt hem vast nog wel eens rond zien dwalen
Een vriendelijke glimlach in zijn baard

Schrik niet, je hebt niet met een spook van doen
Dit is zijn plekje tussen de verhalen
Hier wordt een stukje van zijn ziel bewaard

Gedicht ter gelegenheid van het afscheid van Gert Groenleer als gemeentearchivaris, 1 maart 2017.

Bruggenbouwers

Vooruitgang ging hier vliegensvlug:
Wie Veenendaal komt binnenrijden
Ziet van haar oorsprong niks terug
Eerst was er veen, toen groene weiden

Twee delen telde Veenendaal
In Gelre één, en één in ’t Sticht

Je had toen dus twee soorten mens
De Grift bepaalde steeds de grens

Veel later werd die kloof gedicht
Nu zijn we één, is de moraal

Nog zijn er dingen die ons scheiden
In links of rechts, in slap of stug
Zo’n thema hoef je niet te mijden
Dus zoek verbinding: bouw een brug!

Gedicht bij de nieuwe fietsbrug over de Grift ter hoogte van het Panhuis; verschenen in de Rijnpost van 15 februari 2017. ‘Bruggenbouwers’ heeft als versvorm ‘Veens sonnet’; lees hier meer over deze versvorm.

Ode aan Jaap Pilon

Het leek me leuk om eens op pad te gaan
Met iemand die de dorpshistorie kent
Dus hebben we zo’n wandeling gedaan
De stadsgids leek ons uiterst competent

Wat hebben wij al lopend veel geleerd!
We hingen aan de lippen van de man!

U hebt het vast gesnapt toen ik begon:
De gids is vanzelfsprekend Jaap Pilon

Verbluffend hoe die man vertellen kan!
En ook nog schrijft! En spreekt! En presenteert!

Verblind door dit fenomenaal talent
Is mij toen plots een lichtje opgegaan
Wat zoeken wij toch naar een monument?
We lopen er de hele tijd al achteraan!

Gedicht door Christiaan Abbing ter ere van Jaap Pilon, presentator van de Stadsdichtersverkiezing. Voorgedragen als verrassing op 25 januari 2017.

Guerrilladichter

Ik droomde dat ik door het duister sloop
Gewapend met wat watervaste stiften
Terwijl de regen van mijn poncho droop

De nacht als mantel voor mijn dichtersdriften
Voorzag ik schuttingen van een sonnet
En kladde haastig limericks in liften

Maar net toen ik mijn zinnen had gezet
Op bankjes in het park, werd ik gestoord:
‘Sta stil! Je bent erbij! In naam der wet!’

Ik moest naar het bureau en werd verhoord
Mijn smeekballade wist niks uit te richten
De celdeur sloot als dreunend slotakkoord

Mijn plan: ik vraag mijn celmaat bij te lichten
Terwijl ik in de muur een gat ga dichten!

Gedicht door Christiaan Abbing, als vrij werk ter gelegenheid van de Stadsdichtersverkiezing. Voorgedragen op 25 januari 2017.

De ware

Mijn zoeken naar het Ware leidde mij
Langs kerken, kroegen, pleinen, steeds op jacht
Ik trok van Petenbos naar Faktorij
Langs Zandstraat, Kerkewijk en Brouwersgracht

Hoe meer ik zocht, hoe moeilijker het leek
En als Diogenes was ik op pad

Maar wat ik vond was het niet helemaal
Waar is nu toch dat ware Veenendaal?

Ik vreesde al dat ik verloren had
Totdat ik naar de Veenendalers keek

Mijn boodschap is wellicht wat onverwacht:
Leef met de ware, sta een ander bij
Want daarin schuilt de werkelijke kracht
Ja, echt: het ware Veenendaal… ben jij

Gedicht van Christiaan Abbing ter gelegenheid van de Stadsdichtersverkiezing, voorgedragen op 25 januari 2017. Opdracht was om een gedicht te schrijven met als onderwerp ‘Het ware Veenendaal’.

Waakzame ondernemer

Wij willen graag het Keurmerk VO-B
Voor veiligheid op dit bedrijfsterrein
Bram Jadtkowicz komt straks zijn oordeel vellen
Je moet voortdurend op je hoede zijn

Het hek op slot, de camera’s staan – hé!
Daar sluipt een onverlaat op mijn domein
Gelukkig pas ik altijd op mijn tellen
Je moet voortdurend op je hoede zijn

Ik heb je! Loop maar even met me mee!
Pas op, of ik haal Hector van z’n lijn!
Ik ga meteen maar de politie bellen
Je moet voortdurend op je hoede zijn

Al schreeuw je nog zo hard: ‘Ik ben Bram J.!’
Zal best, je kunt me nog veel meer vertellen
Je moet voortdurend op je hoede zijn

Gedicht van Christiaan Abbing bij het nieuws dat Veenendaal ‘beroepsinbreker Bram Jadtkowicz’ inhuurde om de veiligheid van bedrijventerreinen te controleren. Voorgedragen op 25 januari 2016 tijdens de Stadsdichtersverkiezing.