Wending

Het alleen zijn was
in al die jaren
een begaanbare weg geworden,
een aanvaardbaar lot,
niet zelfverkozen,
maar ook nooit verfoeid.
Het uitzicht op de tweezaamheid
werd gaandeweg verborgen,
achter een dik gordijn
van negatieve denkbeelden.
Het doek schoof langzaam dicht.
Er was alleen nog maar een kier.

En toen …

Als dondersteen bij heldere hemel,
als de berg naar Mohammed,
schoof jij het doek weer open,
stond vier hoog voor mijn deur,
kwam spontaan mijn leven binnen
en liet mij ontdekken
dat jij geen plannen had om weg te gaan.
Je nodigde mij uit
voor vis met worteltjes,
gaf me mijn allereerste zoen
en liet mij de sprong wagen
die ons samen weg deed zweven
in elkaars geluk.

Vrij gedicht. Voorgedragen tijdens mijn presentatie als Stadsdichter op woensdag 13 februari 2019, tijdens het Cultureel Café, in ‘De Plantage’.

Transformatie

Een grote massa ijs dringt zich langzaam op.
Die stugge, trage reis is een heel karwei,
maar zeker niet voor nop. Na het vormen van een rug,
ontstaat er een vallei.

Dan trekt het ijs zich terug. Wat overblijft is zand
en het waaien van een wind die stuivend stof verzint
dat overal in het land een nieuw reliëf creëert
met plaats voor ven of meer.

En dat stilstaand water, zo wordt er wel beweerd,
leidt dan keer op keer tot kostbaar turf voor later,
als arbeiders op komen draven, om zacht en zompig veen,
op te diepen en uit te graven.

Wie komen daar bijeen?
Mensen die willen werken in landbouw en fabrieken,
bouwen een dorp met kerken, huizen, grachten, gras.
Een noest en nijver ras met zware dogmatieken.

Lang lijkt men daar wat ingedut,
dan dringt moderniteit zich op, zoals ooit die massa ijs.
Het dorp wordt daardoor opgeschud. Er verschijnt nu eigenwijs
naast de kerk ook een kroeg en eentje is nog niet genoeg.

De grachten worden grauw en grijs als weg geasfalteerd,
verstedelijking heeft een prijs, een tuin wordt vaker een balkon,
er wordt veel gepresteerd. Dan breekt het dorp uit haar cocon.
Ze is tot stad getransformeerd.

Gedicht over Veenendaal en Water. Jury-opdracht voor mijn presentatie als Stadsdichter, op 13 februari 2019, tijdens het Cultureel Café in ‘De Plantage’.

Als je wilt dat ik blijf

ontsla me dan liefste
van de zoete zinnen die jij steeds weer wilt horen
omdat ze hevig resoneren met wat jij voelt
eindeloos allitereren op jouw behoeftes

maar nauwelijks rijmen op onze werkelijkheid

ontsla me dan liefste
van de goudgerande woorden die jij zo graag leest
onderschriften bij jouw ontembare illusies
titels van dure dromen die als ze uitkomen
vermoedelijk nachtmerries blijken te zijn

ontsla me dan liefste
van de vele punten die jij overal van maakt
onvermijdbare uitroeptekens in mijn bestaan
het puntje op de i dat altijd ronder moet
en daardoor telkens weer een bitter vraagteken wordt

als je echt wilt dat ik bij je blijf
ontsla me dan
liefste

Vrij gedicht, voorgedragen tijdens mijn presentatie als Stadsdichter op 13 februari, in ‘De Plantage’.

Derk Postma is nieuwe stadsdichter van Veenendaal

Derk Postma wordt na zijn voordracht toegesproken door wethouder Dylan Lochtenberg (foto: Hennie Henzen)

Sinds  13 februari heeft Veenendaal een nieuwe stadsdichter. Derk Postma werd door de jury unaniem tot nieuwe stadsdichter gekozen in het Cultureel Café Veenendaal, onderdeel van het Kunstplatform.

De jury oordeelde dat de gedichten van Derk hoog van kwaliteit zijn.’Hij heeft een groot hart en veel respect voor Veenendaal. Zijn werk lijkt ook echt geschreven om voor te dragen, om gehoord te worden en dat is passend voor een stadsdichter’. Dit volgens het juryrapport. Derk zal het stadsdichterschap uitvoeren t/m 2021, een periode van drie jaar.

Binnenkort zal het College het stadsdichterschap van Derk bekrachtigen.

Van Christiaan Abbing wordt binnenkort afscheid genomen. Dit gebeurt bij de presentatie van een gedichtenbundel met door hemzelf gekozen gedichten.